Ik ben niet de enige, maar de lente is mijn favoriete seizoen!

De dagen worden langer, de vogels gaan fluiten en er komen weer blaadjes aan de bomen. Allemaal zaken waaraan de mensheid haar hart ophaalt.

Als kind al vond ik het heerlijk om er in m’n eentje op uit te trekken en te ontdekken dat het warmer werd, en dat dat frisse groen weer de kop opstak.

Voor mij is het voorjaar ook speciaal omdat ik in maart jarig ben, 4 dagen nadat de lente officieel zijn intrede doet. Dat maakt de lente tot míjn seizoen en daar ben ik altijd kinderlijk trots op. Zó trots dat ik me zelfs met de lente identificeer. Dat lentebriesje, dat ben ík. Die beginnende zon, dat groene groen, dat ben ík! Dat lieftallige, dat zachte, dat kalme…

Mooi om over jezelf te denken, maar na bijna 40 jaar introspectie, moet ik tot de conclusie komen dat het helaas anders is. Ik ben niet altijd vrolijk, lichtvoetig en fris. En al helemaal niet kálm!

Nadat de feestdagen voorbij zijn stort ik me traditiegetrouw in een lichte depressie, waarin ik zeur, doemdenk en afwacht tot het eindelijk weer begint. Eind februari klaar ik dan altijd op, omdat het bijna máárt is!

Nu maart begonnen is en ik dit stukje schrijf, moet ik zeggen dat het buiten nog niet lenteachtig is. Het is grijs, het sneeuwt nat en de bomen zijn nog kaal. Maar in het gras zie ik gele krokussen en in de achtertuin staat een dapper blauw druifje. De natuur zet, ondanks de doodse kleuren en nog winterse kou, de moedige stap naar een nieuw begin.

Eindelijk wordt alles anders. Maar niet vanzelf…

Ik kom tot de conclusie dat de lente geen kant-en-klaar seizoen is, waarin de zon zich tot vervelens toe iedere dag weer aandient. De lente is een pril en dapper begin, ondanks grauwe en gure omstandigheden. En dat vereist keihard werken, de wil om te leven en te groeien. Die groene blaadjes poppen niet out-of-the-blue uit een tak en dat ei dat in mei gelegd moet worden, nou dat gaat heus niet vanzelf. Lente is helemaal niet lieflijk en lichtvoetig. Sissend en puffend als een verroeste machine komen die natuurprocessen weer op gang. Alles borrelt en bruist onderhuids, maar het mag er nog niet uit!

Lente is een stoer en ruig seizoen. Heldere en frisse tonen, tegen een achtergrond van grijs en bruin. Maria Vasalis, een oude vooroorlogse dichteres, maakte een gedicht dat mij tot dit inzicht bracht. Ik heb het altijd onthouden en het heeft m’n beeld over mijn seizoen veranderd.

En na bijna 40 jaar introspectie, kan ik toch nog hetzelfde zeggen. Dat geworstel tegen beter weten in, dat keiharde werken en dat vleugje dapperheid, dat ben ik. De lente, dat ben ík!

Voorjaar

Het licht vlaagt over ’t land in stoten
wekkend het kort en straf geflonker
der blauwe wind-gefronsde sloten;
het gras gloeit op, dooft uit, is donker.
Twee lammeren naast een stijf grauw schaap
staan wit, bedrukt van jeugd in ’t gras…
Ik had vergeten hoe het was
en dat de lente niet stil bloeien,
zacht dromen is, maar hevig groeien,
schoon en hartstochtelijk beginnen,
opspringen uit een diepe slaap,
wegdansen zonder te bezinnen.

M. Vasalis

Reacties

Reacties (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *